Skip to main content

Allemaal HSP

NRC, 26 jan 2008 - Annelies Roon
Karaktertrek of modeziekte? Bijna 20 procent van de mensen zou "hoogsensitief" zijn. "Ik kies eindelijk voor mezelf".

Vraag: voelt u zich opgejaagd als u veel moet doen in korte tijd? Nog een vraag: voelt u zich niet op uw gemak bij harde geluiden en raakt u gemakkelijk overvoerd door bijvoorbeeld fel licht, sterke geuren, grove weefsels of harde sirenes? Schrikt u gemakkelijk? Of: wordt u beïnvloed door de stemmingen van anderen?

Wanneer u een paar van deze vragen met een volmondig ‘ja’ kunt beantwoorden, dan hoort u wellicht bij de vijftien tot twintig procent van de mensheid die zich volgens de Amerikaanse psychotherapeute Elaine Aron hoogsensitief mag noemen.

HSP in de NRC
Illustratie: Elaine Duvekot

Een hoogsensitief persoon, afgekort als HSP, is een zeer bijzonder soort mens. Dat stelt Aron in het voorwoord van haar boek ‘Hoog Sensitieve Personen, hoe blijf je overeind als de wereld je overweldigt’, dat in 1996 verscheen. De Nederlandse vertaling van die boodschap (2002) viel in vruchtbare bodem. Niet alleen Arons boeken worden hier goed verkocht, ook verscheen er de laatste jaren een aardige lijst Nederlandse titels over het onderwerp op de markt. Op hoogsensitief.startpagina.nl bieden in het onderwerp gespecialiseerde coaches zich aan en zijn er diverse fora waar hoogsensitieven elkaar opzoeken. Daar hebben ze het over ‘HSP en relaties’ en vragen als ‘Hoe was jouw jeugd, zeg eens eerlijk?’, maar ook over alledaagse ervaringen als ‘HSP en invloeden van het weer’ of ‘HSP en autorijden’. Voor mensen die worstelen met hoogsensitiviteit, worden door het hele land trainingen en workshops aangeboden en gespreksgroepen georganiseerd.

Susan Marletta-Hart, voormalig freelance journalist en auteur van verschillende boeken over hooggevoeligheid, verzorgt de workshop ‘Aarden voor Hoogsensitieven’. In spiritueel centrum De Roos, gevestigd in een schilderachtig wit pand aan de rand van het Amsterdamse Vondelpark, nemen hiervoor op een sombere winterdag een vijftiental vrouwen plaats op meditatiekussentjes. Voor deelnemers met onwennige ruggen en benen is een paar stoelen beschikbaar. „Hé, alleen vrouwen”, stelt de workshopleidster vast. „Meestal zijn er toch wel twee of drie mannen bij.” Ze haalt de klok van de muur en legt deze op de gang. „Zo”, zegt ze, en lacht veelbetekenend. De deelnemers lachen dankbaar terug: inderdaad, dat harde getik verstoort de concentratie.


In een eerste kennismakingsronde laat Marletta de deelneemsters elkaar, na korte tweegesprekken, aan de rest van de groep voorstellen. „Dit is Esther. Ze weet sinds kort dat ze hoogsensitief is en ziet deze workshop als een middel om weer meer in haar kracht te gaan staan. Ze had altijd het gevoel dat ze anders was dan haar omgeving, doordat ze onderhuidse spanningen op het werk of binnen de familie erg slecht kon verdragen. Ook was ze sneller moe en had ze de neiging zich terug te trekken, waardoor ze zich een slappeling voelde. In de boeken van Susan herkende ze een heleboel en daarom zit ze nu hier.” Veel introducties van groepsgenoten hebben een dergelijke strekking. Een aantal vrouwen ‘zit thuis’, al dan niet in de WAO, omdat ze ‘niet meer konden functioneren in hun werk’. Anderen proberen hun gevoeligheid juist als voordeel te zien of passen hun leef- en arbeidsomstandigheden eraan aan. Eén keer vloeien tranen bij een deelneemster bij wie kort geleden een burn-out is geconstateerd en die ‘met deze workshop nu eindelijk eens voor zichzelf kiest’. Het zijn verhalen over moeizaam functioneren, over slecht ‘nee’ kunnen zeggen, over zich verliezen in de omgeving. Maar de deelnemers zitten hier met de bedoeling het heft weer in eigen hand te nemen.

Marletta leert hen hun ‘hara’ te versterken. „Dat is een Japanse naam voor een mysterieuze plek onder de navel”, legt ze uit. „Het is een centrum dat wanneer het versterkt wordt, enorme energie kan genereren die voor jezelf en voor anderen benut kan worden. Zie het als je brandstoftank, die je kunt leren vullen als hij dreigt op te raken.” Tijdens de workshop, die een volle dag duurt, doen de deelnemers oefeningen in het aangeven van de eigen grenzen, delen ze ervaringen en lachen ze opmerkelijk veel: ze herkennen zichzelf in elkaars anekdotes. Na afloop gaat de groep goedgemutst uit elkaar. Ze complimenteren elkaar met de manier waarop ze in het leven staan en wisselen tips en telefoonnummers uit. Sommigen omhelzen en kussen elkaar ten afscheid. „Ik heb zó veel aan je boeken gehad”, komen verschillende deelnemers nog tegen Marletta zeggen. „Zó concreet, het is echt mijn bijbel.”


Concreet. Dat kan geen kwaad. Want hoogsensitiviteit blijft een lastig te vangen begrip, of je nu hooggevoelig bent of niet. Bestáát HSP eigenlijk wel, vraagt ‘junior’ Fragfood zich af op het forum van hoogsensitief.nl. Ruim 4250 bezoekers, een recordaantal, klikten het onderwerp aan en er volgde bijna 200 reacties. „Is het wel een karaktertrek, of is het gewoon een ziekte […]”, vraagt Fragfood. „Lijden we allemaal aan dyspraxie, het Syndroom van Asperger, ADD, ADHD, borderline of hebben we gewoon een autistische afwijking? ”Hij (of zij) komt ‘toch al weer heel wat jaartjes op de site’, maar is er blijkbaar nog altijd niet uit of hoogsensitiviteit wel echt wat ís. En Fragfood is niet de enige.

Grondlegger Elaine Aron ziet hooggevoeligheid in elk geval niet als aandoening of afwijking. „HSP’s beschikken over een zenuwstelsel dat gevoeliger is voor prikkels dan gemiddeld en dat is op zichzelf een neutrale eigenschap […] met zowel voor- als nadelen.” Zo kan het bijvoorbeeld handig zijn als je in staat bent om bepaalde stemmingen of onuitgesproken boodschappen aan te voelen. Maar een grote gevoeligheid kan ook leiden tot snelle overprikkeling, vermoeidheid en zelfs een gevoel van uitputting. Volgens Aron wordt het in onze cultuur niet als ideaal beschouwd als je over deze eigenschap beschikt. Ze voorspelde in 1996 al dat haar boek ‘meer kwetsende grappen en opmerkingen over HSP's zou opleveren dan ons lief is’.
Inderdaad ontlokte de introductie van de term destijds nogal wat cynische reacties aan wetenschappers en journalisten. Hoogsensitiviteit werd veelal weggeschreven als de zoveelste hype en pseudo-psychologie. Een nieuwe variant op ‘modieuze onzin’ als ADHD, hoogbegaafdheid of het nieuwetijdsdenken, een paranormale gave. Ruim tien jaar later lijkt er in wetenschappelijke kringen wat dat betreft niet zo veel veranderd. Zo laat de Nederlandse Vereniging voor Neurologie bij monde van de voorzitter weten dat hoogsensitiviteit een onderwerp is dat wat verder van de reguliere geneeskunde afstaat en daarmee dus ook van de neurologie. De Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie meldt na navraag in eigen kring dat ‘de sectie neuropsychologie sterk afwijzend staat tegenover dit begrip en er om deze reden helaas geen bereidheid is gevonden om hier op te reageren.’ De polikliniek voor onbegrepen lichamelijke klachten die komende zomer aan de VU geopend gaat worden, verwacht ook al geen hoogsensitieven op het spreekuur: „Wij richten ons alleen op volwassenen.”


Psycholoog Bram Bakker, schrijver van boeken als Te Zot voor woorden en Te gek om los te lopen, vindt het verschijnsel ‘echt behóórlijke flauwekul’. „Kijk nou alleen al naar zo’n zelftest. Dat is gewoon gladde commercie. Die test is zo opgesteld dat iederéén bij de familie hoort. Een etiket als hoogsensitiviteit is niets anders dan een verbijzondering van het normale. De één is gewoon minder belastbaar dan de ander. ”Daarin is Bakker het dus met Aron eens? „Maar dat is een open deur van hier tot Tokio! ” reageert hij. „Het heeft geen enkele zin om vast te stellen dat je ontvankelijker bent dan anderen. De vraag is waaróm dat zo is. Als iemand tegen mij zegt: ‘Ik heb HSP’, dan vraag ik: ‘Maar waar heb je LAST van?’ Als die persoon dan omschrijft dat hij nauwelijks belastbaar is en alles al snel te veel vindt, dan vind ik dat heus een serieus te nemen klacht. Alleen moet je daar niet zelf een diagnose op willen plakken.”


Daar is Liesbeth Eurelings-Bontekoe, hoofddocent in de klinische psychologie aan de Universiteit van Leiden, het mee eens. Diagnoses moeten zorgvuldig worden gesteld en daar is een zelftest niet het meest betrouwbare middel voor, vindt zij. „Daarmee meet je wat mensen van zichzelf vinden. En juist mensen met bepaalde persoonlijkheidsproblemen kennen zichzelf niet goed.” In de wetenschap komt de term hoogsensitiviteit niet voor, zegt ze. „Vanuit een klinisch perspectief hebben we andere woorden voor dat brede scala aan eigenschappen. Introversie, bijvoorbeeld, neuroticisme. Of instabiliteit. Maar ja, dat klinkt natuurlijk lang niet zo mooi als hoogsensitief.”

Daarmee is niet gezegd dat instabiele mensen niet hoogsensitief kunnen zijn, benadrukt Eurelings. „Een variatie in gevoeligheid voor stress is volkomen normaal. Maar je moet oppassen dat je met zo’n term niet een kenmerk uit de pathologie gaat normaliseren.”

Anders gezegd: daar waar Bakker hoogsensitiviteit ziet als het opkloppen van normaal gedrag, waarschuwt zij voor het recht praten van abnormaal gedrag? Beide risico’s liggen volgens Eurelings op de loer. Ze trekt een vragenlijst met het opschrift ‘NEOPIR’ uit één van de enorme stapels papier in haar werkkamer. Met deze vragenlijst wordt in de psychologie de persoonlijkheid in kaart aan de hand van scores op de Big Five. „Die zelftest van Aron heeft hier verdacht veel van weg.”


De Big Five zijn vijf persoonlijkheidkenmerken die iedereen in meer of mindere mate heeft. Vier van de vijf kenmerken zijn overduidelijk terug te vinden in die HSP test.” Wie hoog scoort op de kenmerken neuroticisme, vriendelijkheid en openheid, en laag scoort op extraversie mag zichzelf van Eurelings rustig hoogsensitief noemen. Met het risico zichzelf, inderdaad, extra bijzonder te maken. Maar, waarschuwt ze, wanneer je echt extreem hoog scoort op bepaalde karakterkenmerken, dan moet je je niet gaan verschuilen achter een term als hoogsensitiviteit. „Want als er echt sprake is van persoonlijkheidsproblemen, dan ontneem je jezelf daarmee de kans om aan dat probleem te werken.”

Bakker vindt hoogsensitiviteit vooral een modegril. „Iemand die zichzelf nu hoogsensitief vindt, had bij wijze van spreken tien jaar geleden een whiplash en, als het een vrouw is, vijf jaar geleden bekkeninstabiliteit. Nu is dat allemaal weer uit. En inmiddels is wetenschappelijk aangetoond dat het altijd dezelfde mensen zijn die dat soort ‘aandoeningen’ oplopen. Daarmee plaatsen zij de oorzaak van bepaalde problemen buiten zichzelf. De mensen die bij mij komen met de zelfdiagnose HSP maken er echt een heel drama van. Ze zien zichzelf als slachtoffer: „Ik kan er niks aan doen, want ik ben hoogsensitief’”.


Judith Veldman uit Uithoorn herkent zich niet in die omschrijving. Ze ziet zichzelf wel degelijk als hoogsensitief, maar heeft een hekel aan slachtoffergedrag, zegt ze. „Wanneer je ergens een etiket aan hangt, zal altijd een deel van de mensen dat gebruiken als excuus om in de patiëntenrol te kruipen.” Zelf probeert ze nuchter met haar hoogsensitiviteit om te gaan. „Ik kan niet van mijn omgeving verwachten dat zij voortdurend rekening houden met mijn gevoelens.” Veldman , moeder van twee kleine kinderen en sinds kort freelance tekstschrijver, kwam via internet met het begrip hoogsensitiviteit in aanraking. „Ik googlede op burn-out, omdat ik het idee had dat ik daar tegenaan zat”, vertelt ze. „Op mijn werk had ik last van de sfeer waarin mensen niet zeiden wat ze werkelijk voelden. Dan is het lastig om bij jezelf te blijven, zeker wanneer je ook nog de neiging hebt om andere mensen een plezier te willen doen.” In het digitale sensitiviteitscircuit herkende Veldman al gauw twee stromingen: de spirituele en de nuchtere benadering. De laatste trok haar meer aan. „Ik ben een rationeel persoon, maar nu leer ik om meer op mijn intuïtie te vertrouwen. Ik mediteer elke dag en dat maakt me rustiger, ook in gezelschap. Ik heb nu minder de neiging om op allerlei schaakborden tegelijk te willen gaan spelen. Ik durf meer bij mezelf te blijven.”

Die vaardigheden werden haar mede aangereikt door Luc de Boer, bedrijfseconoom en sinds een paar jaar werkzaam als trainer en coach die zich met name richt op ‘sensitiviteitsgerelateerde problemen op het werk’. Hij gebruikt de term hoogsensitiviteit zo min mogelijk, ook op de website voor zijn programma ‘Sensitief aan het Werk’. „Mijn doelgroep bestaat weliswaar uit mensen die zich herkennen in de term hoogsensitief, maar daarmee suggereer je dat er ook laagsensitieve mensen bestaan en zeg je eigenlijk: wij kunnen iets wat anderen niet kunnen.”

De Boer behandelt geen aandoening, benadrukt hij. „Ik ben bedrijfseconoom, geen dokter. Een enkel keertje belt iemand op en zegt: ‘Ik heb HSP’. Dan willen ze van mij horen of de diagnose juist is. Zo iemand zit bij mij niet op de goede plek. Problematiseren helpt niet bij het doorvoeren van veranderingen.” De waarde van begrippen als hoogsensitiviteit en HSP ligt volgens De Boer vooral in de eerste herkenning. „Het biedt een gevoel van troost, het gevoel begrepen te worden. Maar in mijn workshops en coachings gaan we op zoek naar veranderingen, niet naar verklaringen. Mensen die bij mij komen, ervaren vooral de sensitieve last.” Sensitieve mensen zijn er heel goed in om vooral niks van hun sensitiviteit te laten merken, weet hij uit eigen ervaring. „Soms zijn ze juist heel bot, dat is hun verdediging. We hebben het hier over hun muren, maskers, airbags. Alles om de overweldigende impulsen maar enigszins te temperen.” Sensitiviteit wordt pas lastig als je erachter komt dat die verdediging niet werkt. „Je zuigt alle impulsen als een spons op en er blijft niets meer van je zelf over.” Buitenstebinnen leven, noemt De Boer dat. „Ik help mensen daar zelf verandering in te brengen.”