Skip to main content

Tussen Autisme en Hooggevoeligheid

Bron: De Gooi- en Eemlander, 23 mei 2008, Koen van Eijk

Hans Lemmens: “Nooit werden kinderen aan zoveel prikkels blootgesteld.”

'Nieuwetijdskinderen' worden ze genoemd. Kinderen met nieuwe aandoeningen zoals ADHD, PDD-NOS, hooggevoeligheid (HSP) en hoogbegaafdheid. Een gevolg van de moderne tijd 'die steeds autistischer' wordt, schrijft psychologisch medewerker Hans Lemmens in zijn boek 'Het elastiek tussen lichaam en ziel'.

Na jarenlang gewerkt te hebben bij een antroposofische GGZ-instelling in Alkmaar, weet Hans Lemmens (61) het zeker: autisme staat niet op zich. Er bestaat een duidelijke link met hooggevoeligheid. ,,De wetenschap bakent autisme af. Dat beeld wil ik met mijn boek bijstellen.

Hans Lemmens over autisme en HSP
Foto JJ Foto Dick Breddels

Tussen hooggevoeligheid, PDD-NOS en kern-autisme is sprake van een glijdende schaal. Ze hebben allemaal met een versterkte gevoeligheid te maken. Tussen hooggevoeligheid en PDD-NOS zie ik een grijs gebied, waarin het onduidelijk is of je met het een of het ander te maken hebt. Ik beschrijf autisme als een extreme vorm van hooggevoeligheid, zonder te bedoelen dat hooggevoelige kinderen autistisch zijn.''
Lemmens gaat uit van een ziel die het lichaam bewoont. Bij ieder mens is er een verbinding tussen lichaam en ziel, die losser kan zijn of vaster. Als de ziel los met het lichaam verbonden is, is het elastiek als het ware een beetje uitgerekt. Zowel bij hooggevoelige kinderen als bij autistische kinderen is dat elastiek uitgerekt, maar bij de laatsten veel sterker dan bij de eersten. ,,Hoe losser de ziel met het lichaam verbonden is en hoe verder het elastiek dus is uitgerekt, des te gevoeliger is iemand.''
Autisten maken moeilijk contact. Lemmens: ,,Ze zitten in zichzelf opgesloten. Contact maken doen ze heel erg op hun eigen manier. Ze zijn sterk eigenzinnig en hebben behoefte aan houvast en controle.''
Ze moeten bijvoorbeeld ver van tevoren weten wat er gaat gebeuren. Deze groep staat kwetsbaar in de samenleving. Wat voor hen in extreme mate geldt, gaat in mindere mate ook op voor hooggevoeligen. Deze groep filtert de gebeurtenissen niet, maar neemt alles in zich op. Ze zien en horen alles. Hebben ook veel houvast en structuur nodig. Zijn vaak sociaal minder handig en angstig. Niet zelden gaat hooggevoeligheid samen met hoogbegaafdheid, al is een directe link niet te leggen.”

Moderne tijd zorgt voor nieuwe aandoeningen

Hooggevoeligheid komt veel voor. Lemmens spreekt van een tijdsverschijnsel. Dat is wat hem betreft zeker iets anders dan een ‘modeverschijnsel’, zoals wel smalend wordt opgemerkt. “Vroeger was de wereld overzichtelijk. Er was houvast, regelmaat, het leven was een traag bestaan. Nu is dat anders. Nog nooit werden kinderen aan zoveel prikkels blootgesteld als tegenwoordig. Hooggevoelige kinderen pikken alles op. Ik ben er van overtuigd dat hooggevoeligheid wel degelijk te maken heeft met deze tijd.”
Hij geeft de computer als voorbeeld van het huidige tijdsgewricht, waarin ‘nieuwetijdskinderen’ opgroeien. In ‘Het elastiek tussen lichaam en ziel’ schrijft de Alkmaarse therapeut: ‘De tijd waarin we leven is steeds autistischer geworden. Kijk maar eens naar de manier waarop mensen hun dagelijks werk doen. Een overgroot percentage zit daarbij achter de computer en als er één apparaat is dat de mens tot autistisch gedrag programmeert, dan is het de computer wel. De computer stimuleert een denken dat rechtlijnig is en abstract en waar het contact geen invloed op heeft.’

Kunnen kinderen over hun autistische eigenschappen heen groeien? “Echte kernautisten zullen nooit genezen. Voor hooggevoeligen geldt dat ze er vooral in het begin van hun leven last van hebben. Ze leren om te gaan met hun angst, ze leren hun weg te vinden in de maatschappij. En dan kan het gebeuren dat hun hooggevoeligheid een kwaliteit wordt. Vaak denken ze in beelden en hebben ze een buitengewone sensitiviteit voor contact tussen mensen ontwikkeld.”
Veel briljante geesten en kunstenaars kunnen (postuum) gerekend worden tot de hooggevoeligen. Voor zijn boek heeft Lemmens de biografieën bestudeerd van Bob Dylan en Albert Einstein. Onafhankelijke genieen, met hooggevoelige en autistische trekken. “Dylan bijvoorbeeld is iemand die zich niet bindt. Hij heeft de ene vrouw na de andere, is altijd on the road. Hij is een zwerver, vindt geen plek en is constant in gevecht met zijn publiek. Einstein had een heel eigen manier van leren. Op school was hij geen hoogvlieger, hij heeft zijn eigen lijn gevolgd. Praten over zichzelf kon hij niet. Hij was nuchter en sceptisch. Allen in zijn vioolspel kon hij zijn gevoelens kwijt.”

Lemmens’ boek bevat autobiografische elementen, zonder dat het een egodocument is geworden. De jonge Hans Lemmens sjeesde in de jaren zestig als student sociologie en koos voor een opleiding als mimespeler. Toen hij ook met mime stopte, volgde een acht jaar durend kluizenaarsbestaan in Amsterdam waar Lemmens vergeefse pogingen deed boeken te schrijven. Pas op zijn 42e belandde hij in de jeugdzorg, waar hij zich eindelijk op zijn plaats voelde. Eindelijk pasten ziel en lichaam bij elkaar. “Ik herken mezelf wel in mijn hooggevoelige clienten. Maar ik wil mezelf geen sticker opplakken. Het is niet als zelftherapie geschreven, maar voor iedereen die met hooggevoeligheid te maken heeft.”

Het elastiek tussen lichaam en ziel, ISBN 9789055992379, Andromeda, €17,90.