Skip to main content

Hooggevoeligheid is een gave

Margriet, week 47, 2003 - Susan Marletta-Hart
Pauline’s dochter Lotte heeft last van hooggevoeligheid. Zij voelt situaties haarfijn aan en dit maakt haar onzeker, huilerig en angstig. Maar hooggevoeligheid is geen ziekte; het is juist een gave.

Pauline van den Berg (39): “Mijn dochter Lotte werd tien jaar geleden geboren na een extreem zware bevalling. Na 72 uur werd besloten tot een keizersnee die niet goed verdoofd werd. ‘Voelt u dit nog?’ vroeg de anesthesist die mij een ruggenprik had gegeven. ‘Ja’, zei ik, maar ze gingen gewoon door. Het ziekenhuis heeft later toegegeven dat er fouten zijn gemaakt, maar dat neemt niet weg dat Lotte 72 uur klem heeft gezeten en dat ik zelf door de pijn en stress op de rand van een psychose ben geweest. Toen Lotte geboren werd, zei de verpleegkundige dat ze nog nooit een kind had gezien dat zo alert de wereld in keek. Lotte zette het ook meteen op een huilen. Niet gewoon, maar totaal overstuur. En dat zou veertien maanden lang zo blijven. Achteraf begrijpen we dat ze van begin af aan overprikkeld is geweest en dat ze daardoor over haar toeren raakte. Maar dat wiste wij toen nog niet. Het was huilen, huilen, huilen. Vanmorgen was ik nog even bij onze achterburen en toen het gesprek op Lotte en haar gehuil kwam, zeiden ze: ‘Wat was dat toen erg hè?’ Hun buren, die ons niet kenden, zijn wel eens naar ze toegekomen met de vraag: wordt dat kind niet mishandeld? Ze hebben nog video’s uit die tijd van verjaardagspartijtjes en dergelijke. Vast geluid op de achtergrond: Lotte’s gekrijs één straat verderop! Lotte sliep ook nauwelijks. Per etmaal hooguit acht uur en dan alleen als wij haar permanent tegen ons aanhielden. En maar heen en weer lopen. Ze huilde overal. Op vakantie gaan was een ramp; door de verandering van omgeving raakte ze nog meer overstuur. Hulp of advies kregen we niet. Op het consultatiebureau zeiden ze: ‘Je moet haar maar laten huilen.’ Alsof het een baby was die zichzelf in slaap moest huilen!

Toen Lotte wat ouder was, werd ze op gezette tijden zo driftig en verdrietig, dat het leek alsof ze doordraaide. Johan en ik twijfelden aan alles. En dan ga je zoeken. Proberen. We zijn terechtgekomen bij een homeopaat. Het middel dat ze kreeg hielp enigszins, maar ook niet meer dan dat. Opvallend was dat Lotte altijd alles in de gaten had. Na elk bezoekje aan de homeopaat wist ze exact wat zij had gedaan. “Dat doet ze altijd, hè mam?” zei ze dan. Lotte zag alles, lette op alles. En dat is nog steeds zo. Zo had ik onlangs een borrel bij vrienden. Lotte speelde buiten en ze kwam hooguit vijf minuten bij mij op schoot zitten. Toen we even later naar huis liepen zei ze: ‘Mama, waarom zat Hanneke de hele tijd alleen?’ En: ‘Mama, Tineke en Wim vinden elkaar eigenlijk niet zo lief hè?’ “Mama, is Rianne eigenlijk wel gelukkig?’ In die vijf minuten pikt ze signalen op die mij niet eens zijn opgevallen. Johan en ik zijn er inmiddels achter dat wat Lotte ziet altijd waar is. Dat vind ik heel bijzonder. Het gaat nu een stuk beter met Lotte, maar als je mij vorig jaar om deze tijd had geïnterviewd, was ik veel wanhopiger geweest. Ze had – en heeft – periodes dat ze erg met zichzelf in de knoop zit. Dan zoekt ze ruzie, net zo lang totdat ik ‘nee’ zeg of boos word. En dan is het gillen en schreeuwen geblazen, compleet met slaande deuren en huilpartijen. Een paar maanden geleden was het elke dag raak. Ze maakte verschrikkelijke ruzie met haar broertje Pieter, die ze eerst vreselijk had zitten jennen. En als ik dan mijn geduld verloor, riep ze iedere keer dramatisch: zie je nou wel dat je meer van Pieter houdt dan van mij? Lotte is sowieso heel snel gekwetst en ze voelt zich ook altijd tekortgedaan. Nachten waren ook problematisch. Lotte was bang om alleen naar boeven te gaan. Toen ze nog alleen sliep, moest ik iedere nacht één of twee keer naar haar toe omdat ze in paniek was. Lotte hoorde stemmen en ze zag mensen. Of ze paranormaal begaafd is? Ik weet het niet. Ik denk eerder dat het het gevolg was van het feit dat er te veel in haar hoofd verwerkt moet worden. Sinds een jaar slaapt ze bij haar broertje Pieter van acht op de kamer en dat gaat beter.

Op school gaat het gelukkig goed. Daar is ze een leuk, gezellig en braaf kind. Ze komt goed mee, al heeft ze wel faalangst. Zodra er een prestatie geleverd moet worden, is dat lastig voor haar. Ze kan goed tekenen, maar als ik zeg dat er in de schoolkrant staat dat je een prijs kunt winnen, wil ze absoluut niet meedoen.

De homeopaat zei eens dat Lotte hoogbegaafd is. Dat ben ik niet met hem eens, althans niet op cognitief gebied. Het is een slim meisje, maar de sticker hoogbegaafd zou ik zeker niet op haar plakken. Toen Lotte later in behandeling bij een psychologe kwam, hoorde ik dat zij op een bepaald terrein wel degelijk hoogbegaafd is: ze ziet te veel mogelijkheden. Ze weet daardoor dat op iedere vraag nooit een eenduidig antwoord mogelijk is. En daar wordt ze heel onzeker van.

Een paar jaar geleden merkten wij dat Lotte ontzettend met de dood bezig was. Door de moord op Pim Fortuyn werd ze bang van het idee dat er mensen zijn, die je gewoon neer kunnen schieten. “Mama, kan iemand je gewoon door het raam heen doodschieten?” vroeg ze. Dat hield haar voortdurend bezig en daarom houden wij dat soort dingen sindsdien bij haar weg. Voor zover dat lukt, natuurlijk. Maar ze werd vooral bang dat er iets met mij zou gebeuren. In de loop van vorig jaar werd die angst zo extreem, dat het haar blokkeerde. Ze durfde niet eens meer bij vriendjes en vriendinnetjes te gaan spelen. Als ik met een vriendin weg ging vroeg Lotte: ‘Ga je wel met onze eigen auto?’ ‘Hoezo?’ vroeg ik dan. ‘Nou’, was het antwoord, ‘als jij met onze auto weg gaat, heb je ook je autopapieren bij je en daar staat op wie je bent en waar je woont en als er dan wat met je gebeurt, worden we gewaarschuwd.’ De redenatie! Zo diep doordenken! Of de keer dat ik had gezegd dat ik haar op tijd op zou halen bij een vriendinnetje en iets later was. Ik trof haar totoaal overstuur aan. Elke keer als ik de deur uitging, was het: ‘Mama, zul je voorzichtig zijn?’ Ze wilde het liefst dat ik niet meer wegging. Toen ik na een val van de trap een paar weken met een gebroken rib immobiel op de bank lag, ging het opeens prima met haar. Logisch, toen wist ze precies waar ik was: op de bank!

Kortom, er was deskundige hulp nodig. Eerst ben ik met Lotte naar een craniosacraal therapeute gegaan. Die therapie is erop gericht om ontspanning en balans te bereiken, door middel van een soort handoplegging. De theorie van die therapeute was dat Lotte’s paniekerige gedrag te maken had met de traumatische bevalling: ze had mijn doodsangst meegemaakt. De behandeling vond Lotte onprettig. Johan en ik zijn verder gaan zoeken en zo zijn wij bij een orthopedagoge/psychologe terecht gekomen, die gespecialiseerd is in kinderen met sociaal-emotionele problemen. En zij mag wat ons betreft in een gouden lijstje gestopt worden, want sindsdien gaat het stukken beter met onze dochter. Lotte is volgens haar inderdaad een hooggevoelig kind en op haar advies moeten er momenten van rust bij Lotte worden ingebouwd. Er worden geen diepe gesprekken gevoerd, maar ze krijgt praktische handvatten aangereikt waarmee ze prima uit de voeten kan. En dat werkt. Net zoals het maken van concrete afspraken; als ik zeg dat ik om zo en zo laat bij school sta of thuis ben, dan ben ik daar en geen minuut later. Ook heeft ze een mobiele telefoon, zodat ze mij kan bellen als zij dat wil. Allemaal zaken die haar een veilig gevoel geven. Inmiddels kan Lotte het zelf aangeven als ze weer naar de psychologe wil. De hele zomervakantie had ze daar geen behoefte aan en daarna zei ze: ik wil wel weer.

Lotte is een meisje dat ons en haar omgeving heel veel te bieden heeft. Ze is creatief, sociaal en veel met muziek bezig. Maar ze kan ook verschrikkelijk met zichzelf in de knoop zitten. En dan gaan wij mee in die knoop. Natuurlijk twijfel ik regelmatig of ik het wel goed doe als moeder. In zo’n slechte periode waarin ze ruzie maakt en veel hoofdpijn heeft, maak je je natuurlijk vreselijk ongerust. Gelukkig is ons zoontje Pieter heel nuchter en praktisch. Toen ik hem vertelde dat Lotte door haar gevoeligheid te veel dingen oppikt en daardoor te veel weet, zei hij: ‘Goh, ik zou helemaal niet zo veel willen weten als Lotte, want dan moet ik mij ook zorgen gaan maken.” Knap vond ik dat, want hij had meteen de essentie van het probleem te pakken. Hij is heel lief en zorgzaam voor zijn zus. Durft ze niet in haar eentje naar boven? Dan gaat hij uit zichzelf met haar mee. Moet Lotte opeens bij hem op de kamer slapen? Prima. Pieter is de rust zelve.

Over Lotte’s toekomst maak ik mij wel eens zorgen. Toch denk ik dat ik ervan uit moet gaan, dat onze dochter het niet makkelijk zal hebben in het leven. Misschien lijkt het nu alsof het permanent kommer en kwel is met Lotte, maar dat is absoluut niet zo. Op dit moment gaat het fantastisch met haar. Lotte is lief, vrolijk en gezellig. Ze kan onbezorgd blij zijn, ze kan net als ieder ander meisje verschrikkelijk giebelen met vriendinnen, de slappe lach krijgen en vrolijk dansen. Ze heeft veel vriendinnetjes en vriendjes en ze heeft een heel speciale band met haar buurjongetje. Maar die hooggevoeligheid is wel realiteit. De komende tijd zal het wel weer spannend worden. Johan en ik zijn haar slaapkamer aan het opknappen en dan gaan we kijken of het Lotte lukt om alleen te gaan slapen. Ik hoop het.”

Margriet 47/03